ECLI:NL:RBARN:2009:BH6994
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Bewijslevering en toepasselijkheid Belgisch recht bij geschil over betonvloer en betaling
In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van €13.415,90 plus rente en kosten van gedaagde voor werkzaamheden aan een betonvloer en betonnen paden. Gedaagde betwist dat er een directe overeenkomst tussen partijen is en stelt dat de opdracht aan een aannemersbedrijf is gegeven en dat hij aan dat bedrijf heeft betaald.
De rechtbank stelt vast dat op grond van het EVO-verdrag Belgisch recht van toepassing is, omdat de kenmerkende prestatie door eiseres, een Belgische rechtspersoon, moet worden verricht en partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt. De rechtbank benadrukt dat wilsovereenstemming vereist is volgens Belgisch recht en dat eiseres dit moet bewijzen.
Eiseres heeft stukken overgelegd, maar deze leveren volgens de rechtbank onvoldoende bewijs van een directe overeenkomst met gedaagde. De factuur en offerte zijn gericht aan het aannemersbedrijf, niet aan gedaagde. Gedaagde heeft wel betalingen gedaan aan andere aannemers, maar dat betekent niet automatisch dat hij een overeenkomst met eiseres is aangegaan.
De rechtbank draagt eiseres op bewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor, en stelt een datum vast voor het verhoor. Tevens wordt bepaald dat partijen bewijsstukken tijdig moeten overleggen. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het bewijs is geleverd.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat eiseres bewijs moet leveren van een geldige overeenkomst en houdt verdere beslissing aan.