ECLI:NL:RBARN:2009:BH7535
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.E. Somsen
- J.H.M. Westenbroek
- G. Perrick
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid bij belaging
Verdachte werd verdacht van belaging door herhaaldelijk brieven, rozen en eten te sturen, het volgen van het slachtoffer en het maken van seksuele opmerkingen richting het slachtoffer en haar moeder. De rechtbank stelde vast dat verdachte inderdaad stelselmatig inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer met het oogmerk haar te dwingen iets te doen.
Uit een multidisciplinaire rapportage bleek dat verdachte leed aan een erotomane waanstoornis, waardoor hij volledig ontoerekeningsvatbaar werd verklaard. Dit leidde tot ontslag van alle rechtsvervolging. De rechtbank verwierp de eis van de officier van justitie tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis omdat niet was gebleken dat verdachte een gevaar vormde voor zichzelf, het slachtoffer of de algemene veiligheid.
De rechtbank benadrukte dat het gedrag van verdachte weliswaar ernstige inbreuk maakte op de privacy en angst veroorzaakte bij het slachtoffer, maar dat dit niet volstond voor de maatregel. De mogelijkheid tot interventie via andere dan strafrechtelijke wegen werd genoemd. Verdachte werd vrijgesproken van onderdelen die niet bewezen konden worden, zoals het maken van seksuele opmerkingen en het volgen van het slachtoffer en haar moeder.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid; maatregel plaatsing psychiatrisch ziekenhuis wordt niet opgelegd.