ECLI:NL:RBARN:2009:BH9750
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Benoeming bijzondere curator bij geschil over omgangsregeling minderjarige na echtscheiding
De minderjarige verzoekt de rechtbank om wijziging van de omgangsregeling, waarbij zij evenveel tijd bij beide ouders wil doorbrengen. De ouders zijn het hierover niet eens en hebben verschillende opvattingen over de opvoeding en omgang. De moeder geeft aan dat de huidige regeling prettig verloopt en dat co-ouderschap eerder tot problemen leidde. De vader benadrukt het belang van betrokkenheid van beide ouders bij de opvoeding en ziet geen problemen bij co-ouderschap.
De Raad voor de Kinderbescherming merkt op dat de minderjarige mogelijk last heeft van de slechte communicatie tussen haar ouders en dat haar verzoek voortkomt uit een rechtvaardigheidsgevoel. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een loyaliteitsconflict bij de minderjarige en dat mediation niet wordt gedragen door beide ouders.
Op grond van de relevante artikelen uit het Burgerlijk Wetboek benoemt de rechtbank daarom een bijzondere curator, drs. J.M.I. Wessels, die via gesprekken met de minderjarige en haar ouders inzicht moet krijgen in de belangen van de minderjarige en kan bemiddelen bij het vinden van een gezamenlijke visie op de zorg- en opvoedingstaken. De curator zal schriftelijk verslag uitbrengen bij de pro forma zitting.
De beschikking is gegeven door vice-president en kinderrechter G.W. Brands-Bottema en is openbaar uitgesproken op 27 maart 2009. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na dagtekening van de beschikking.
Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator om te bemiddelen in het geschil over de omgangsregeling van de minderjarige.