ECLI:NL:RBARN:2009:BI0129
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting terugvordering lening na verkoop horecagelegenheid en uitleg leningsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen Inbev Nederland N.V. en Kartel Exploitatie B.V. over de terugbetaling van een lening van fl. 200.000,00 die Inbev verstrekte voor verbouwing van een horecagelegenheid. Inbev stelt dat het een afschrijflening betreft die bij verkoop van het horecabedrijf binnen tien jaar opeisbaar wordt, terwijl Kartel c.s. betogen dat het een investeringsbijdrage was die niet teruggevorderd zou worden.
De rechtbank stelt vast dat de overeenkomst van geldlening een onderhandse akte is die dwingend bewijs levert van de inhoud ervan, namelijk een lening met rente en jaarlijkse aflossing. Kartel c.s. moeten tegenbewijs leveren, wat tot op heden onvoldoende is gebleken. De rechtbank gaat in op het subsidiaire verweer dat de lening kwijtgescholden zou zijn vanwege het nakomen van het drankenafnamebeding en de verkoop van het horecabedrijf, maar acht de tekst van de overeenkomst en de omstandigheden zodanig dat het resterende saldo bij verkoop opeisbaar is.
De rechtbank wijst erop dat de uitleg van de overeenkomst mede afhangt van de redelijkheid en billijkheid en de zin die partijen redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen. Daarom wordt het getuigenverhoor gelast om de totstandkoming en strekking van de overeenkomst nader te onderzoeken. Ook het subsidiaire verweer dat de koper van het horecabedrijf de lening zou hebben overgenomen wordt voorlopig afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
De beslissing houdt in dat Kartel c.s. tegenbewijs mogen leveren, dat getuigenverhoor op 2 juli 2009 zal plaatsvinden en dat verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Kartel c.s. mogen tegenbewijs leveren en getuigenverhoor vindt plaats; verdere beslissing wordt aangehouden.