ECLI:NL:RBARN:2009:BI1187
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.P.M. Weusten
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige eenzijdige beëindiging van persoonlijke toeslag door werkgever
Werknemer was sinds 1986 in dienst bij Arbo Unie en ontving vanaf 2000 een arbeidsmarkttoeslag van 10% van zijn bruto maandsalaris vanwege extra werkzaamheden voor een specifieke klant. Deze toeslag was aanvankelijk tijdelijk bedoeld, maar werd gedurende zes jaar telkens gecontinueerd en aangepast, onder meer gekoppeld aan extra targets.
In 2007 besloot Arbo Unie de toeslag eenzijdig te beëindigen vanwege financiële en economische omstandigheden en verminderd werkaanbod. Werknemer stelde dat de toeslag structureel van aard was geworden en niet eenzijdig mocht worden stopgezet. De kantonrechter oordeelde dat de plotselinge beëindiging niet in overeenstemming was met goed werkgeverschap.
Hoewel de toeslag geen onvoorwaardelijk onderdeel van het salaris was geworden, werd voor recht verklaard dat Arbo Unie de toeslag niet per 1 april 2007 mocht beëindigen en dat zij de achterstallige toeslag tot 1 augustus 2008 moest betalen, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot ongeclausuleerde voortzetting van de toeslag werd afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Werkgever mocht toeslag niet eenzijdig per 1 april 2007 beëindigen en moet achterstallige toeslag betalen tot 1 augustus 2008.