ECLI:NL:RBARN:2009:BI1362
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Re-integratie-inspanningen werkgever adequaat, loonsanctie onterecht opgelegd
De werknemer viel uit op 22 maart 2006 en re-integratie binnen het eigen bedrijf bleek niet mogelijk. De werkgever schakelde in februari 2007 een re-integratiebureau in om passende arbeid bij een andere werkgever te vinden. Het UWV stelde dat de werkgever onvoldoende het tweede spoor had ontwikkeld en verlengde de loondoorbetalingsverplichting tot 18 maart 2009.
De werkgever stelde zich op het standpunt dat zij voldoende re-integratie-inspanningen had verricht. De rechtbank constateerde dat het UWV de eerste twee verwijten had ingetrokken en zich alleen baseerde op het onvoldoende ontwikkelen van het tweede spoor. Uit de rapportages bleek dat de werkgever al een verlenging van het traject had geaccepteerd en dat de werknemer al begeleid werd richting ZZP.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever niet zonder deugdelijke grond geweigerd had in te stemmen met een tweede verlenging en dat de re-integratie-inspanningen adequaat waren volgens het beleidskader. Daarom was het UWV niet bevoegd de loondoorbetalingsverplichting te verlengen. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot verlenging van de loondoorbetalingsverplichting omdat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht.