ECLI:NL:RBARN:2009:BI1647
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opheffing loonbeslagen in kader schuldsanering
Verzoekers, een echtpaar dat samen een sport- en dansinstituut exploiteerde, zijn door tegenvallende bedrijfsresultaten financieel in problemen geraakt en hebben hun onderneming verkocht. De opbrengst was onvoldoende om alle schuldeisers te voldoen. Zij hebben vervolgens een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro om alle gelegde loonbeslagen op te heffen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de verzoekers door de loonbeslagen hun vaste lasten niet meer kunnen voldoen, wat heeft geleid tot een huurachterstand van twee maanden en een dreigende ontruiming van hun woning. De verzoekers hebben verklaard dat zij vanwege deze financiële situatie dringend behoefte hebben aan opheffing van de loonbeslagen. De gemeente Arnhem bevestigde deze situatie.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. Hoewel nog niet vaststaat dat de verzoekers zullen worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat dit verzoek zal worden afgewezen. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen en de executie van de loonbeslagen geschorst tot de definitieve beslissing op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: De rechtbank schorst de loonbeslagen en verleent voorlopige voorziening tot beslissing op het schuldsaneringsverzoek.