ECLI:NL:RBARN:2009:BI1724
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor oproeping derden in vrijwaringsprocedure ondanks lopend vonnis
In deze civiele zaak tussen de curator van een failliete vennootschap en een aannemingsbedrijf gaat het om een vrijwaringsprocedure. De curator vordert dat het aannemingsbedrijf wordt vrijgesteld van aansprakelijkheid voor schade die door een derde partij wordt geclaimd. Het aannemingsbedrijf wil op haar beurt drie andere betrokken bedrijven in vrijwaring oproepen, omdat zij de werkzaamheden aan de betonvloer hebben uitbesteed aan deze partijen.
De curator voert verweer met het argument dat er al een vonnis is gewezen in een procedure tussen het eerste betrokken bedrijf en het aannemingsbedrijf, en dat het oproepen van deze derden onnodig complex en vertraging veroorzaakte. De rechtbank oordeelt echter dat het Nederlandse burgerlijk procesrecht geen ne bis in idem-regel kent en dat het lopende vonnis nog niet in kracht van gewijsde is gegaan. Daarom staat de rechtbank toe dat de drie bedrijven worden opgeroepen.
De rechtbank overweegt tevens dat indien de procedure onredelijk wordt vertraagd, er op grond van artikel 215 Rv Pro een splitsing van de hoofdzaak en de vrijwaringszaken mogelijk is. De beslissing omtrent de kosten van het incident wordt aangehouden totdat in de hoofdzaak wordt beslist.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat drie betrokken bedrijven worden opgeroepen in de vrijwaringsprocedure ondanks een lopend vonnis.