ECLI:NL:RBARN:2009:BI2017
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken opzet bij shaken baby syndroom
De rechtbank Arnhem heeft op 7 april 2009 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd verdacht van het schudden van zijn baby, wat zou hebben geleid tot letsel. Medische deskundigen stelden vast dat het letsel (bloedingen onder het hersenvlies en op het netvlies) onmiskenbaar wees op het shaken baby syndroom. Verdachte verklaarde echter dat hij in paniek handelde nadat hij zag dat de baby blauw aanliep, met de tong uit de mond en ademhalingsproblemen, en hem schudde om hem weer bij bewustzijn te krijgen.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte de baby had geschud, maar concludeerde dat er geen sprake was van opzet om te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De verklaring van verdachte werd ondersteund door een hoogleraar kinderneurologie die stelde dat de verschijnselen ook zonder duidelijke oorzaak konden optreden (ALTE). Er waren geen aanwijzingen voor opzettelijk ruw vastpakken of ander letsel zoals blauwe plekken of botbreuken.
Daarnaast werd verdachte vrijgesproken van het valselijk opmaken van een proces-verbaal van aangifte, mede omdat de officier van justitie en de raadsman van verdachte het eens waren over de vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om schuld vast te stellen en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De zaak werd behandeld in een meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem, waarbij verdachte werd bijgestaan door mr. G. Altena. De zittingen vonden plaats op 29 juli 2008 en 7 april 2009. De uitspraak benadrukt het belang van het onderscheid tussen opzettelijk handelen en handelen uit paniek zonder opzet, vooral bij medische en complexe situaties zoals het shaken baby syndroom.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet bij het schudden van zijn baby.