ECLI:NL:RBARN:2009:BI2325
Rechtbank Arnhem
- Wraking
- T.P.E.E. van Groeningen
- C. van Linschoten
- D.T. Boks
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzieningenrechter in executiegeschil hypotheekrecht
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzieningenrechter die betrokken was bij een executiegeschil omtrent een hypotheekrecht. Verzoeker stelde dat de rechter niet onpartijdig was vanwege zijn eerdere betrokkenheid bij een tussenvonnis in een bodemprocedure die leidde tot het hypotheekrecht en vanwege vermeende diffamerende uitlatingen.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de criteria uit artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 6 EVRM Pro, waarbij zowel een subjectieve als objectieve toets werd toegepast. De enkele omstandigheid dat de rechter eerder een tussenvonnis had gewezen in de bodemprocedure, waarin ook inhoudelijke uitspraken waren gedaan, vormde geen reden om aan te nemen dat de rechter niet onbevangen zou zijn in het huidige executiegeschil.
Daarnaast kon niet worden vastgesteld dat de vermeende diffamerende uitlatingen daadwerkelijk door de rechter waren gedaan en zelfs indien dit zo was, werden deze niet als onpartijdigheid bevorderend beschouwd. Ook de annotatie bij het vonnis door een medewerker van het voormalige advocatenkantoor van de rechter werd niet als een aanwijzing voor partijdigheid gezien.
De rechtbank concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek daarom af. De beschikking werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.