ECLI:NL:RBARN:2009:BI4321

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
28 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/705
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 6 lid 1 EVRMArt. 14 lid 1 IVBPRArt. 8:52 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens inhoudelijke onenigheid over versnelde behandeling

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een bestuursrechter van de rechtbank Arnhem, omdat deze rechter het verzoek tot versnelde behandeling van een bestuurszaak had afgewezen. Verzoeker stelde dat hierdoor sprake kon zijn van vooringenomenheid.

De wrakingskamer oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Het enkel niet eens zijn met een rechterlijke beslissing, zoals het afwijzen van een verzoek om versnelde behandeling, vormt geen grond voor wraking.

Daarnaast werd het verzoek om een wrakingskamer samen te stellen uit rechters van een andere rechtbank afgewezen, omdat er geen feiten of omstandigheden waren die een schijn van vooringenomenheid rechtvaardigden. Ook werd het verzoek om de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak te horen afgewezen, omdat dit niet zou bijdragen aan de beoordeling van het wrakingsverzoek.

De rechtbank wees het wrakingsverzoek af en verklaarde dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen omdat inhoudelijke onenigheid geen grond voor wraking vormt.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ARNHEM
Wrakingskamer
registratienummer: 09/705 WOZ
Beschikking van 28 april 2009
inzake
de heer [verzoeker],
wonende te [woonplaats], verzoeker tot wraking,
en
[rechter],
in zijn hoedanigheid van bestuursrechter in de zaak met nummer 09/705 WOZ
1. De procedure
Bij schrijven van 18 maart 2009 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen [rechter].
Bij schrijven van 9 april 2009 heeft [rechter] aangegeven niet in de wraking te berusten en heeft hij zijn zienswijze ten aanzien van het wrakingsverzoek uiteengezet.
Op 20 april 2009 is het wrakingsverzoek tegen [rechter] ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker is in persoon verschenen. [rechter] voornoemd heeft in genoemd schrijven van 9 april 2009 te kennen gegeven dat hij er geen prijs op stelt te worden gehoord of aanwezig te zijn bij de mondelinge behandeling.
2. Wettelijk kader
2.1 Gelet op artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dient in een wrakingsprocedure te worden beslist of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2 Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid bij de rechter in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM Pro (en artikel 14 lid 1 IVBPR Pro) dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
3. Verzoek wijziging samenstelling wrakingskamer en verzoek om te horen
3.1 Verzoeker heeft in diverse faxen en ter zitting verzocht om, ter behandeling van het onderhavige wrakingsverzoek, een wrakingskamer samen te stellen van rechters die niet werkzaam zijn bij deze rechtbank.
3.2 Voornoemd verzoek wordt afgewezen, nu geen grond aanwezig wordt geacht voor de leden van de wrakingskamer om zich terug te trekken en de zaak door andere rechters te laten behandelen. Er bestaat geen regel die rechters verbiedt meerdere zaken te behandelen waarbij dezelfde partij betrokken is. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen die maken dat in dit geval mogelijk sprake zou kunnen zijn van vooringenomenheid of de schijn daarvan bij de leden van deze wrakingskamer, zodat niet van vorenstaand uitgangspunt zal worden afgeweken.
3.3 Voorts wordt het verzoek om [rechter] en de wederpartij in de hoofdzaak (09/705) te horen afgewezen. Het horen van beiden kan redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van deze wrakingszaak.
4. Wrakingsverzoek [rechter]
4.1 Verzoeker stelt zich op het standpunt dat niet is uitgesloten dat [rechter] enige vooringenomenheid heeft. Als reden hiervoor is aangevoerd dat [rechter] het verzoek om het beroep van verzoeker in procedurenummer 09/705 WOZ versneld te behandelen, heeft afgewezen, waarmee de belangen van verzoeker ernstig worden geschaad.
4.2 [rechter] kan zich met verzoekers standpunt niet verenigen.
4.3 In artikel 8:52 Awb Pro is aan de rechtbank een bevoegdheid toegekend om te bepalen dat een zaak versneld wordt behandeld als er sprake is van spoedeisendheid.
4.4 De beslissing van [rechter] om in dit geval geen versnelde behandeling toe te passen is een rechterlijke beslissing, waar verzoeker het inhoudelijk niet mee eens is. Het inhoudelijk niet eens zijn met een dergelijke beslissing kan geen grond opleveren voor wraking.
4.5 Het voorgaande leidt ertoe dat het wrakingsverzoek zal worden afgewezen.
5. De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.D.A. den Tonkelaar, E.A.A.M. Pfeil en C. van Linschoten en in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.M.M.B. van Eeten uitgesproken op 28 april 2009.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.