ECLI:NL:RBARN:2009:BI4435
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatmaninkomen en arbeidsongeschiktheid bij gedeeltelijke voortzetting maatmanfunctie
Eiser, die sinds 1988 arbeidsongeschikt is verklaard, betwist het door het UWV gehanteerde maatmaninkomen bij de vaststelling van zijn WAO-uitkering. Hij stelt dat hij gedurende vele jaren gedeeltelijk is blijven werken in zijn maatmanfunctie als administrateur en dat het maatmaninkomen daarom moet worden vastgesteld op het huidige salaris in die functie. De rechtbank overweegt dat volgens het Schattingsbesluit het maatmaninkomen wordt geïndexeerd en niet geactualiseerd, ook als de verzekerde in de maatmanfunctie blijft werken.
De rechtbank stelt vast dat eiser sinds 1992 de functie van (hoofd) administrateur vervult, met bijbehorend functieloon, en dat deze functie is ontstaan door nieuwe bekwaamheden verworven via opleidingen. Echter, na deze maatmanwisseling zijn geen nieuwe bekwaamheden meer verworven die een nieuwe maatmanwisseling rechtvaardigen. De vermeende loonstijgingen na 1992 zijn volgens de rechtbank het gevolg van functiewaardering en CAO-verhogingen, niet van uitbreiding van werkzaamheden of nieuwe bekwaamheden.
Eisers beroep op het leerstuk van de niet gerealiseerde toekomstverwachting wordt verworpen omdat hij zijn toekomstverwachtingen heeft gerealiseerd door het vervullen van de maatmanfunctie. Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank het bestreden besluit van het UWV rechtmatig en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit over het maatmaninkomen en arbeidsongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.