ECLI:NL:RBARN:2009:BI4800
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot doorhaling van vermeldingen bij Stichting CIS en ING Verzekeringen
De zaak betreft een geschil tussen Nationale-Nederlanden en drie gedaagden over de registratie van een incident in het CIS-register en een intern incidentenregister van ING Verzekeringen. Nationale-Nederlanden vorderde doorhaling van de vermeldingen bij Stichting CIS en ING Verzekeringen.
De rechtbank oordeelde dat Nationale-Nederlanden onvoldoende bewijs had geleverd dat de registratie bij Stichting CIS ongedaan was gemaakt, ondanks een verklaring van een fraudecoördinator. De rechtbank stelde dat een officiële verklaring van Stichting CIS vereist is en verwees de zaak terug naar de rol voor overlegging van deze stukken.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen redelijk vermoeden van opzettelijke benadeling bestond, zodat de interne registratie bij ING Verzekeringen onterecht was. Nationale-Nederlanden werd veroordeeld tot doorhaling van deze melding. De vorderingen tot betaling van onderzoekskosten werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
De rechtbank hield verdere beslissingen aan in afwachting van nadere stukken en sprak het vonnis uit op 29 april 2009.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot doorhaling bij ING toe en verwijst de zaak terug voor bewijs over doorhaling bij Stichting CIS.