ECLI:NL:RBARN:2009:BI5028
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.A. van Son
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsverzoek vader in detentie wegens belangen minderjarige
De vader, die niet met het gezag is belast en gedetineerd is, verzoekt een omgangsregeling met zijn minderjarige kind. De moeder voert verweer en stelt dat omgang niet in het belang van het kind is vanwege het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking en de onstabiele situatie van de vader.
De rechtbank beoordeelt het verzoek aan de hand van artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek, dat sinds 1 maart 2009 van kracht is en geen nauwe persoonlijke betrekking vereist voor omgang met een niet met het gezag belaste ouder. Uit de feiten blijkt dat de vader betrokken was bij de zwangerschap en de eerste levensjaren, maar dat de omgang sinds ruim een jaar is gestopt en het kind de vader nauwelijks kent.
De rechtbank oordeelt dat omgang in de penitentiaire inrichting te belastend is voor het kind en dat omgang in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige. Wel adviseert de rechtbank een geleidelijke herintroductie van de vader in het leven van het kind via schriftelijk contact en later telefonisch contact, waarbij de moeder een stimulerende rol moet vervullen. De moeder wordt aanbevolen hulp van Bureau Jeugdzorg in te schakelen.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om een omgangsregeling wordt afgewezen omdat omgang in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige.