ECLI:NL:RBARN:2009:BI5917
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.M.H. Pennings
- C.M. Vinck
- A.G. van Doorn
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot moord met voorbedachten rade op zus met PIJ-maatregel
Op 6 februari 2009 heeft verdachte haar zus opzettelijk en met voorbedachten rade aangevallen met een mes, waarbij zij meerdere diepe en oppervlakkige steek- en snijwonden toebracht, onder andere aan hoofd, borst en rug. De aanval vond deels thuis en deels op straat plaats, waar een voorbijganger ingreep waardoor het slachtoffer niet overleed.
Verdachte liep al geruime tijd met het plan om haar zus, vader en stiefmoeder te doden en sprak hierover met vrienden en een leraar. Het slachtoffer ondervindt nog steeds fysieke en psychische gevolgen van de aanval, waaronder behandeling door een psycholoog. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte poging tot moord heeft gepleegd.
Deskundigenrapportages stelden dat verdachte leed aan een reactieve hechtingsstoornis en een obsessief-compulsieve stoornis, met ernstige beperkingen in emotionele regulatie en empathie, waardoor zij sterk verminderd toerekeningsvatbaar is. Er is een groot recidivegevaar vanwege haar problematiek en thuissituatie.
De officier van justitie eiste 116 dagen jeugddetentie met aftrek en een PIJ-maatregel. De rechtbank volgde dit, ondanks het pleidooi van de raadsvrouw voor een lichtere, voorwaardelijke maatregel. Gezien de ernst van het delict, de veiligheid en de noodzaak van langdurige behandeling, werd een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd, passend bij de problematiek van verdachte.
De uitspraak werd gedaan op 2 juni 2009 door de meervoudige kinderrechterkamer van de rechtbank Arnhem, waarbij verdachte tevens in voorlopige hechtenis was geweest die in mindering werd gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 116 dagen jeugddetentie en een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel wegens poging tot moord met voorbedachten rade.