ECLI:NL:RBARN:2009:BI6012

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
14 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/2431
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 WROArt. 11 WROArt. 3:4 AwbArt. 8:73 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorbereidingsbesluit gemeente Overbetuwe niet onrechtmatig en geen schadevergoeding

Eiseres, een bedrijf gevestigd te Elst, stelde dat zij schade leed door het voorbereidingsbesluit van de gemeente Overbetuwe dat een gebied aan de Aamsestraat 84 betrof. Dit besluit beperkte de mogelijkheden voor bouwactiviteiten op haar perceel. De rechtbank stelt vast dat het bestemmingsplan Westeraam en het Wijzigingsplan Bedrijvenpark De Aam aan de basis liggen van het besluit en dat het voorbereidingsbesluit bedoeld is om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen.

De rechtbank overweegt dat de gemeenteraad bevoegd is om op grond van artikel 21 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening een voorbereidingsbesluit te nemen om planologische ontwikkelingen te reguleren. Hoewel eiseres een schetsplan had laten vervaardigen en kosten had gemaakt, is dit risico inherent aan de uitoefening van deze bevoegdheid. Er is geen sprake van een rechtens te honoreren toezegging dat het oorspronkelijke bouwplan zou worden toegestaan.

Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het besluit is niet in strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem op 14 mei 2009.

Uitkomst: Het beroep tegen het voorbereidingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector bestuursrecht
registratienummer: AWB 08/2431
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van 14 mei 2009
inzake
[bedrijfsnaam] BV, eiseres,
gevestigd te [plaats], vertegenwoordigd door mr. T.E.P.A. Lam,
tegen
de Raad van de gemeente Overbetuwe, verweerder.
1. Aanduiding bestreden besluit
Besluit van verweerder van 2 april 2008.
2. Procesverloop
Bij besluit van 24 april 2007 heeft verweerder een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) genomen voor een gebied aan de Aamsestraat 84 te Elst.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en het gebied waarvoor het voorbereidingsbesluit geldt beperkt. Tevens is een proceskostenvergoeding van € 644 toegekend.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.
Het beroep is behandeld ter zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank van 8 april 2009. Eiseres is aldaar vertegenwoordigd door [X] en mr. Lam voornoemd, advocaat te Nijmegen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door [A], ambtenaar van de gemeente Overbetuwe.
3. Overwegingen
Op 28 april 1992 heeft verweerder het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark De Aam’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan is op 8 december 1992 door Gedeputeerde Staten van Gelderland (GS) goedgekeurd en is inmiddels onherroepelijk geworden. In dit bestemmingplan hadden de percelen, kadastraal aangeduid met sectie N, nrs. 1981 en 1982 (een gebied ter hoogte van de Aamsestraat 84) de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ met een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 11 van Pro de WRO om deze bestemming te wijzigen in onder andere de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden B’.
Op 14 december 1999 heeft verweerder het bestemmingsplan ‘Westeraam’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan is op 25 juli 2000 door GS goedgekeurd en is inmiddels onherroepelijk.
In dit bestemmingsplan heeft een gedeelte van voormelde percelen de bestemming ‘Uit te werken verkeersdoeleinden (UV)’ ten behoeve van de voorgenomen reconstructie van de Aamsestraat.
Op 21 maart 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe op basis van het bestemmingsplan Bedrijvenpark De Aam met betrekking tot het onderhavige gebied het wijzigingsplan ex artikel 11 van Pro de WRO ‘Wijzigingsplan Bedrijvenpark De Aam (2005)’ vastgesteld, waarbij voor eerdervermelde percelen de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ is gewijzigd in ‘Bedrijfsdoeleinden B’. Dit wijzigingsplan is op 23 mei 2006 door GS goedgekeurd en is inmiddels onherroepelijk.
Bij het in rubriek 2 genoemde besluit van 24 april 2007 heeft verweerder een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van Pro de WRO genomen voor een gebied aan de Aamsestraat 84 te Elst. Bij het bestreden besluit is het gebied waarvoor het voorbereidingsbesluit geldt, beperkt.
Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat het Wijzigingsplan Bedrijvenpark De Aam (2005) gecorrigeerd dient te worden, omdat de noordelijke strook van het plangebied is opgenomen in het bestemmingsplan Westeraam. In dit bestemmingsplan is aan deze strook de bestemming Uit te werken verkeersdoeleinden gegeven ten behoeve van de voorgenomen reconstructie van de Aamsestraat. Op grond van het bestemmingsplan Westeraam kan deze bestemming op grond van artikel 11 WRO Pro uitgewerkt worden, maar niet worden gewijzigd in Bedrijfsdoeleinden. Voor deze strook had dus geen wijzigingsplan ex artikel 11 van Pro het bestemmingsplan Bedrijvenpark De Aam vastgesteld mogen worden. Met het nemen van het onderhavige voorbereidingsbesluit wordt deze omissie hersteld en kunnen ongewenste ontwikkelingen voor het overlappingsgebied worden voorkomen.
Daarnaast dient het Wijzigingsplan Bedrijvenpark De Aam (2005) gecorrigeerd te worden, omdat in dit plan geen rekening is gehouden met de nieuwe bebouwingsgrens langs de Aamsestraat die verweerder wil hanteren. In dat verband is aangegeven dat het uit stedenbouwkundig oogpunt noodzakelijk is dat de te realiseren nieuwbouw meer in lijn ligt met de overige bedrijfsbebouwing langs de Aamsestraat. Verder is het vanuit verkeerskundig oogpunt noodzakelijk dat er voldoende afstand is tussen bebouwing en de aan te leggen rotonde in de Aamsestraat om goed zicht te houden naar de aansluitende wegen. Ter voorkoming van ongewenste ontwikkelingen buiten de beoogde bebouwingsgrens, betreft het voorbereidingsbesluit ook het gebied tot en met die grens.
De rechtbank overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de WRO, zoals voor zover hier van belang, kan de gemeenteraad verklaren dat een bestemmingsplan wordt voorbereid.
Tussen de partijen is enkel in geschil of verweerder in redelijkheid tot het voorbereidings-besluit heeft kunnen komen zonder de door eiseres dientengevolge geleden schade te vergoeden.
Vast staat dat eiseres ten tijde van het nemen van het voorbereidingsbesluit reeds een schetsplan had laten vervaardigen. Naar aanleiding van het voorbereidingsbesluit heeft eiseres het bouwplan gewijzigd. Voor het gewijzigde bouwplan is op 7 december 2007 een bouwaanvraag ingediend en op 5 februari 2008 met toepassing van artikel 50, vierde lid, van de Woningwet een bouwvergunning verleend.
Vooropgesteld wordt dat de gemeenteraad met artikel 21, eerste lid, van de WRO de bevoegdheid is verleend om ongewenste planologische ontwikkelingen tegen te gaan die op dat moment (nog) wel zijn toegestaan. De mogelijkheid dat reeds kosten zijn gemaakt voor bouwplannen die met de uitoefening van deze bevoegdheid worden doorkruist, is daaraan inherent. Dit zijn in beginsel dan ook kosten die voor rekening en risico van de betrokkene dienen te blijven.
De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit geval anders te oordelen. Anders dan eiseres meent, heeft zij niet gerechtvaardigd erop kunnen vertrouwen dat zij conform het Wijzigingsplan Bedrijvenpark De Aam (2005) zou mogen bouwen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres aan het wijzigingsplan enkel het vertrouwen kunnen en mogen ontlenen dat verweerder het mogelijk zou maken om op het desbetreffende perceel te bouwen, welke mogelijkheid met het voorbereidingsbesluit niet is komen te vervallen. Van een (rechtens te honoreren) toezegging om medewerking te verlenen aan het oorspronkelijke bouwplan is de rechtbank niet gebleken. Eiseres kan ook geen steun ontlenen aan de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 december 2004 (AB 2005, 105) nu daarin slechts een oordeel is gegeven over procesbelang.
De rechtbank komt dan ook tot de slotsom dat het bestreden besluit niet in strijd is met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Het beroep is derhalve ongegrond.
Reeds daarom is er geen grond voor toekenning van schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:73 van Pro de Awb.
De rechtbank acht geen termen aanwezig over te gaan tot een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.
Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank tot de volgende beslissing.
4. Beslissing
De rechtbank
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus gegeven door mr. M.J.P. Heijmans, voorzitter, en mrs. B.N. Crol en H.J.M. Besselink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.A. Kajim-Panjer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2009.
De griffier, De voorzitter,
Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto Pro 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.
Verzonden op: 14 mei 2009