ECLI:NL:RBARN:2009:BI6834

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
8 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05/801153-08
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling sergeant wegens ernstig plichtsverzuim als wachtcommandant munitiecomplex

Op 6 maart 2008 was verdachte als wachtcommandant belast met de bewaking van een munitiecomplex in Duitsland. Hij gaf aan twee van de vier wachthebbenden toestemming om te gaan slapen en viel zelf ook in slaap in een militair voertuig bij het wachtverblijf. Hierdoor was er geen voortdurend toezicht op het complex, wat een direct gevaar voor de veiligheid opleverde.

De zaak werd op 25 mei 2009 behandeld, waarbij verdachte verstek liet gaan. De officier van justitie eiste een geldboete van €300, maar de militaire kamer achtte het plichtsverzuim zeer ernstig en legde een taakstraf op.

De militaire kamer oordeelde dat het bewezenverklaarde strafbaar was en dat verdachte strafbaar was. De opgelegde straf is een werkstraf van 20 uur, met een vervangende hechtenis van 10 dagen bij niet-naleving. De straf moet binnen een jaar na onherroepelijkheid van het vonnis worden voltooid.

De beslissing is gebaseerd op meerdere artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Militair Strafrecht. De straf weerspiegelt de ernst van het plichtsverzuim en de risico's die dit met zich meebracht voor de veiligheid van het munitiecomplex en de aanwezige personen en goederen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 uur werkstraf wegens ernstig plichtsverzuim als wachtcommandant.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector strafrecht
Militaire kamer
Parketnummer : 05/801153-08
Datum zitting : 25 mei 2009
Datum uitspraak : 08 juni 2009
Verstek
In de zaak van
de officier van justitie in het arrondissement Arnhem
tegen:
naam : [verdachte],
geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],
adres : [adres] ,
plaats : [woonplaats]
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij als militair op of omstreeks 6 maart 2008, te of nabij Hösten, in elk geval in de Bondsrepubliek Duitsland, als wachtcommandant belast met het (op correcte wijze) uitvoeren van de wacht op/bij een munitiecomplex aldaar, opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig, zich heeft onttrokken aan, dan wel zich ongeschikt heeft gemaakt of laten maken voor een bijzondere verplichting betreffende de waakzaamheid of veiligheid, althans die verplichting niet heeft vervuld dan wel niet in staat was te vervullen, door toen en daar opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig tegen aan hem ondergeschikte wachthebbenden te zeggen dat zij konden gaan slapen, en/of door toen aldaar (vervolgens) opzettelijk, althans in ernstige mate nalatig,op/in zijn, verdachtes, post/wachtverblijf te gaan slapen, althans in slaap te vallen/sukkelen, althans niet voortdurend paraat en waakzaam te zijn geweest, terwijl als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg daarvan schade is ontstaan aan, althans te duchten is geweest voor de veiligheid, hierin bestaande dat daardoor geen voortdurend toezicht mogelijk was op de toegang tot en/althans de toegangspoort van dat munitiecomplex en/of de aldaar aanwezige personen en/of goederen;
2. Het onderzoek ter terechtzitting
De zaak is op 25 mei 2009 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte, hoewel correct gedagvaard, niet verschenen.
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 300,00.
3. De beslissing inzake het bewijs
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk tegen zijn ondergeschikten heeft gezegd dat ze om beurten mochten gaan slapen. Dat blijkt uit de eigen verklaring van verdachte en uit de verklaringen van L.J.F. [getuige1] en J. [getuige2]. Eveneens acht de militaire kamer wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zelf opzettelijk is gaan slapen. Zoals uit de aangifte en de verklaring van verdachte blijkt, is verdachte, die toen en aldaar wachtcommandant was, in het bij het wachtverblijf geparkeerde militaire voertuig gaan zitten met de intentie te gaan slapen en in slaap is gevallen. Tevens blijkt uit de aangifte dat door het niet op juiste wijze uitvoeren van de wacht een gevaar voor de veiligheid van de aldaar aanwezige personen en goederen alsmede het munitiecomplex te duchten is geweest..
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:
hij als militair op 6 maart 2008, in de Bondsrepubliek Duitsland, als wachtcommandant belast met het (op correcte wijze) uitvoeren van de wacht op een munitiecomplex aldaar, opzettelijk, een bijzondere verplichting betreffende de waakzaamheid of veiligheid, niet heeft vervuld, door toen en daar opzettelijk tegen aan hem ondergeschikte wachthebbenden te zeggen dat zij konden gaan slapen, en door toen aldaar (vervolgens) opzettelijk, op zijn, verdachtes, post te gaan slapen, terwijl als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg daarvan schade te duchten is geweest voor de veiligheid, hierin bestaande dat daardoor geen voortdurend toezicht mogelijk was op de toegang tot de toegangspoort van dat munitiecomplex en de aldaar aanwezige personen en goederen;
Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.
De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.
4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van het primaire:
“als militair zich opzettelijk aan een bijzondere verplichting betreffende de waakzaamheid of veiligheid onttrekken, terwijl als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg daarvan schade te duchten is voor de veiligheid”
4b. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
5. De strafbaarheid van verdachte
Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.
6. De motivering van de sanctie(s)
Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:
- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;
- de persoon en de persoonlijke en financiële omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 06 mei 2009.
De militaire kamer overweegt in het bijzonder het navolgende:
Verdachte heeft als leidinggevend wachtcommandant in de rang van sergeant tijdens het bewaken van een munitiecomplex in Duitsland in de nachtelijke uren uitdrukkelijk toestemming gegeven aan twee van de vier wachthebbenden te gaan slapen. Vervolgens is hij zelf in het bij het wachtverblijf geparkeerd staande militaire voertuig opzettelijk in slaap gevallen. Dit is ten koste gegaan van een optimale de beveiliging van het munitiecomplex en de daarin aanwezige goederen en personen, met alle risico's van dien.
De militaire kamer ziet reden af te wijken van de eis van de officier van justitie en oordeelt dat een zwaardere straf moet worden opgelegd dan door de officier van justitie is geëist. Door zowel toestemming te geven aan wachthebbenden om te gaan slapen en door vervolgens zelf ook te gaan slapen is er naar het oordeel van de militaire kamer sprake van zeer ernstig plichtsverzuim waarvoor een taakstraf een meer passende sanctie is dan de door de officier geëiste geldboete.
7. De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op de artikelen:
• 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht.
• 4 en 107 van het Wetboek van Militair Strafrecht.
8. De beslissing
De militaire kamer, rechtdoende:
Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:
het verrichten van een werkstraf gedurende 20 (twintig) uren.
Bepaalt dat deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.
De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.
Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.
Stelt deze vervangende hechtenis vast op 10 (tien) dagen.
Aldus gewezen door:
mr. M.F. Gielissen (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en kolonel mr. B.F.M. Klappe (militair lid) in tegenwoordigheid van S.P. Visser als griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 08 juni 2009.