ECLI:NL:RBARN:2009:BI8912
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling dubbele belasting voor kapitein buitenlandse dienstbetrekking op schip in internationaal verkeer
Eiser, een inwoner van Nederland, werkte in 2004 als kapitein op een passagiersschip dat onder Nederlandse vlag vaart maar geëxploiteerd wordt door vennootschappen gevestigd op de Nederlandse Antillen. Zijn werkgever is gevestigd in de Verenigde Staten en betaalde hem voor zijn werkzaamheden een bedrag van 68.871 US dollars zonder bronbelasting in te houden. Eiser vroeg om een correctie van zijn belastingaangifte en een vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting.
De kern van het geschil was of Nederland op grond van het belastingverdrag met de VS heffingsrecht heeft over deze buitenlandse inkomsten. De rechtbank bekeek de definitie van 'internationaal verkeer' in het verdrag en concludeerde dat het schip niet wordt geëxploiteerd door een onderneming van een van de verdragsstaten, maar door vennootschappen op de Nederlandse Antillen, die geen partij zijn bij het verdrag. Hierdoor is er geen heffingsrecht voor Nederland op grond van artikel 16, derde lid, van het verdrag.
De rechtbank verwierp de stelling van de Belastingdienst dat de term 'internationaal verkeer' volgens het normale spraakgebruik moest worden uitgelegd en stelde vast dat eiser zijn werkzaamheden alleen in de VS heeft uitgevoerd, waardoor de VS heffingsbevoegd is op grond van artikel 16, eerste lid. Ook het tweede lid van artikel 16 was Pro niet van toepassing omdat de werkgever in de VS geen vaste inrichting in Nederland heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiser gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en kende de gevraagde vrijstelling toe, waardoor de belastingaanslag werd verminderd. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank kent vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting toe en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 89.030.