ECLI:NL:RBARN:2009:BI9834
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vermindering heffingsrente bij bijzondere omstandigheden in voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Eiser maakte bezwaar tegen de aan hem opgelegde voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2006, waarbij ook heffingsrente in rekening was gebracht. Eiser voerde aan dat het onrechtvaardig was heffingsrente te betalen vanwege verleend uitstel en dat het gehanteerde rentepercentage te hoog was in vergelijking met zijn spaarrente.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsrente conform de wettelijke bepalingen was berekend en dat bijzondere omstandigheden zoals ziekte en overlijden van de echtgenote geen grond bieden voor vermindering van de heffingsrente. De regeling beoogt compensatie voor het tijdelijk renteverlies van de schatkist en is niet bedoeld als sanctie.
Verder wees de rechtbank erop dat eiser had kunnen verzoeken om een andere voorlopige aanslag om de rente te beperken, maar dit niet had gedaan. Ook een coulancebeslissing bij een andere cliënt bindt de Belastingdienst niet. De klacht over het rentepercentage richtte zich tegen de wet zelf en kon niet door de rechter worden beoordeeld.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd op 9 april 2009 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de heffingsrente bij de voorlopige aanslag inkomstenbelasting wordt ongegrond verklaard.