ECLI:NL:RBARN:2009:BJ1754
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident over toepasselijkheid en terhandstelling van algemene voorwaarden in vrijwaringszaak
In deze civiele zaak bij de Rechtbank Arnhem staat een bevoegdheidsincident centraal in een vrijwaringsprocedure tussen de curator van het faillissement van Wabru-Gejo Infra B.V. en BNR Bouwstoffen B.V. De kern van het geschil betreft de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van BNR op de overeenkomst tot levering van lava en de vraag of deze voorwaarden tijdig en rechtsgeldig aan Wabru zijn ter hand gesteld.
BNR stelt dat zij haar algemene voorwaarden periodiek aan al haar klanten, waaronder Wabru, heeft toegezonden en dat deze voorwaarden van toepassing zijn omdat Wabru een grote bouwonderneming is. De curator betwist dit en voert aan dat Wabru geen grote wederpartij is in de zin van de wet en dat de algemene voorwaarden niet tijdig zijn overhandigd, waardoor een beroep op vernietigbaarheid mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat de algemene voorwaarden van BNR van toepassing zijn op grond van de aard van de levering aan Wabru, ondanks dat de lava uiteindelijk bestemd was voor de tuinbouwsector. Het beroep van BNR op verjaring faalt omdat het beroep op het arbitraal beding pas in 2009 werd gedaan. Het beroep op artikel 6:235 lid 3 BW Pro faalt omdat de algemene voorwaarden van BNR en Wabru niet nagenoeg gelijk zijn.
De rechtbank stelt dat BNR de bewijslast draagt om aan te tonen dat de algemene voorwaarden tijdig zijn toegezonden, zodat Wabru hiermee bekend kon zijn. De zaak wordt verwezen naar de rol voor bewijslevering, waaronder getuigenverhoor. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: Rechtbank draagt BNR op bewijs te leveren van tijdige terhandstelling van algemene voorwaarden; verdere beslissing aangehouden.