ECLI:NL:RBARN:2009:BJ2391
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toerekenbare tekortkoming bij verkoop paard met verkeerde afstamming
In deze zaak stond een geschil centraal over de levering van een merrie die niet de veronderstelde afstamming bleek te hebben. Partijen hadden een ruilovereenkomst gesloten waarbij de afstamming van het paard uit een gerenommeerde familie bepalend was voor de waarde. Na DNA-onderzoek bleek dat het paard niet van de opgegeven afstamming was, wat leidde tot ontbinding van de koop door de koper.
De eiser vorderde schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming, waaronder vervangingswaarde, onderhoudskosten en misgelopen winst. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van wederzijdse dwaling over de afstamming, maar dat deze tekortkoming niet aan de verkoper kon worden toegerekend omdat hij niet beroepsmatig handelde en niet bekend was met de verkeerde afstamming.
De rechtbank wees de meeste schadevorderingen af en kende alleen een beperkte vordering toe ter ongedaanmaking van de ruil, waarbij het paard moest worden teruggegeven en een bedrag van € 3.181,82 werd toegewezen. Ook werden de proceskosten verdeeld. De vrijwaringsvorderingen tussen de andere partijen werden eveneens afgewezen.
Het vonnis benadrukt dat bij particuliere ruiltransacties zonder beroepsmatige betrokkenheid de verkeersopvattingen niet snel leiden tot toerekening van tekortkomingen, zeker niet bij wederzijdse dwaling over essentiële eigenschappen zoals afstamming.
Uitkomst: De rechtbank wijst de meeste schadevorderingen af en kent alleen een beperkte ongedaanmakingsvordering van € 3.181,82 toe.