ECLI:NL:RBARN:2009:BJ4418
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorschot schadevergoeding wegens onduidelijkheid non-conformiteit woning
Eind juli 2007 kocht eiser een benedenwoning met bedrijfsruimte en souterrain van gedaagde. Kort daarna constateerde eiser schimmelvorming en corrosie aan een stalen balk in het souterrain, wat aanleiding gaf tot een onderzoek door znEb. Het rapport stelde dat gedaagde toerekenbaar tekort was geschoten in zijn meldingsplicht en gaf een raming van herstelkosten.
Eiser vorderde in kort geding een voorschot op de schadevergoeding wegens non-conformiteit op grond van artikel 7:17 BW Pro en de koopovereenkomst. Gedaagde betwistte het bestaan van een gebrek en stelde dat geen sprake was van instortingsgevaar, onderbouwd met een contra-expertise die het ontbreken van destructief onderzoek benadrukte.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op basis van het deskundigenrapport en de offertes niet kon worden vastgesteld dat de balk in een zodanige staat verkeerde dat normaal gebruik van de woning werd belemmerd. Het ontbreken van destructief onderzoek en het feit dat roestvorming al langer bekend was zonder belemmering van gebruik, maakten dat de vordering niet spoedeisend en onvoldoende aannemelijk was.
Daarom werd de vordering afgewezen en eiser veroordeeld in de proceskosten. Partijen zullen in een bodemprocedure nader feitenonderzoek moeten laten verrichten om duidelijkheid te verkrijgen over het bestaan en de omvang van het gebrek.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende vaststelling van een gebrek dat normaal gebruik belemmert.