ECLI:NL:RBARN:2009:BJ4938
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van verplichting tot betaling van uittreegeld bij opzegging lidmaatschap coöperatie
Eisers, bestaande uit twee natuurlijke personen en een maatschap, waren lid van de coöperatie Ekomelk. Na opzegging van het lidmaatschap hield Ekomelk een bedrag in als uittreegeld, gebaseerd op een bepaling in het huishoudelijk reglement die op een ledenvergadering was vastgesteld. Eisers betwistten de verschuldigdheid van dit uittreegeld omdat de statuten van de coöperatie geen grondslag bieden voor deze verplichting.
De rechtbank stelde vast dat de statuten geen bepalingen bevatten over uittreegeld en dat artikel 23 van Pro de statuten, dat het bestuur en de algemene ledenvergadering de bevoegdheid geeft reglementen vast te stellen, niet toereikend is om een dergelijke verplichting aan leden op te leggen. De rechtbank verwierp de uitleg van Ekomelk dat het huishoudelijk reglement als statutaire grondslag kan dienen.
Op grond van artikel 2:14 en Pro 2:60 BW moet een verplichting tot uittreegeld een statutaire basis hebben. De rechtbank concludeerde dat deze basis ontbreekt en verklaarde het besluit tot vaststelling van de uittreegeldregeling nietig. Hierdoor vervalt de grondslag voor inhouding op het melkgeld en moet Ekomelk het volledige bedrag aan eisers betalen, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de verplichting tot betaling van uittreegeld nietig en veroordeelt Ekomelk tot betaling van het volledige melkgeld aan eisers.