ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6220
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbehoorlijk bestuur en aansprakelijkheid curator na faillissement wegens valsheid in geschrifte
De zaak betreft een procedure tussen de curator in het faillissement van een besloten vennootschap en de middellijk bestuurder van deze vennootschap. De curator vordert een verklaring voor recht dat de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, wat heeft bijgedragen aan het faillissement, en eist betaling van het faillissementstekort, voorschotten, en kosten.
De feiten tonen aan dat de vennootschap opdrachten uitvoerde voor Senter, een dienst van het Ministerie van Economische Zaken. Er is sprake van valsheid in geschrifte en oplichting door de bestuurder, waarvoor hij strafrechtelijk is veroordeeld. Dit heeft geleid tot het wegvallen van de belangrijkste opdrachtgever en het opzeggen van krediet door de bank, wat het faillissement veroorzaakte.
De rechtbank oordeelt dat het onbehoorlijk bestuur evident is en dat de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor het tekort. De vorderingen van de curator worden toegewezen, waaronder een voorschot van €50.000, betaling van een rekening-courantvordering van €30.146,15 met rente, beslagkosten, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De tegenvorderingen van de bestuurder worden afgewezen.
De rechtbank wijst het beroep op overmacht af en stelt dat het handelen van de curator niet onrechtmatig is. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De middellijk bestuurder wordt aansprakelijk gesteld voor onbehoorlijk bestuur en veroordeeld tot betaling van het faillissementstekort en bijkomende kosten.