ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6227
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot gedeeltelijke terugbetaling bouwdepotbedrag wegens onrechtmatige daad en eigen schuld
DSB Bank verstrekte een lening van €145.000 aan een geldnemer, waarvan €125.000 bestemd was voor aankoop van een woning en €20.000 als bouwdepot voor verbouwingswerkzaamheden. Dit bouwdepotbedrag werd op basis van een valse offerte en factuur door DSB aan WDS Afbouw overgemaakt. WDS ontkende de factuur te kennen en maakte het bedrag later onder dwang over aan een derde.
DSB vorderde terugbetaling van het bedrag van €20.000 van WDS, stellende dat sprake was van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking. De rechtbank oordeelde dat de betaling vanuit het bouwdepot juridisch gezien een rechtstreekse betaling van de geldnemer aan WDS was, zodat geen onverschuldigde betaling door DSB had plaatsgevonden. Ook was er geen ongerechtvaardigde verrijking, omdat DSB een vordering op de geldnemer had.
WDS had het bedrag echter onrechtmatig onder zich gehouden terwijl zij wist dat het geld op basis van valse stukken was overgemaakt en dat DSB haar vordering mogelijk niet meer kon verhalen. Dit leverde een onrechtmatige daad op. De rechtbank stelde ook vast dat DSB haar zorgplicht had geschonden door de echtheid van de offerte en factuur onvoldoende te controleren, waardoor eigen schuld van DSB aan de schade bestond.
Daarom werd de schade gelijkelijk verdeeld en werd de vordering van DSB voor de helft toegewezen, namelijk €10.000, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: WDS wordt veroordeeld tot betaling van de helft van het bouwdepotbedrag van €20.000 aan DSB, wegens onrechtmatige daad en mede eigen schuld van DSB.