ECLI:NL:RBARN:2009:BJ7548
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verlaging subsidie wegens te vroeg maaien weidevogelgrasland
Eiser maakte bezwaar tegen een verlaging van de beheerssubsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer (SAN) omdat hij een perceel weidevogelgrasland eerder had gemaaid dan toegestaan. De subsidie werd op nihil gesteld voor het jaar waarin de overtreding plaatsvond, omdat het maaien meer dan twee dagen voor het einde van de rustperiode als een zware overtreding wordt beschouwd.
De rechtbank stelde vast dat eiser ten minste vier dagen te vroeg had gemaaid en dat de verlaging van de subsidie op basis van artikel 43 van Pro de SAN gerechtvaardigd was. Het beroep tegen het besluit van 10 september 2007 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het feitelijk gericht was tegen het latere besluit van 31 maart 2008. Het beroep tegen het besluit van 31 maart 2008 werd ongegrond verklaard.
Eiser voerde aan dat het beleid waarop het besluit was gebaseerd niet bestond ten tijde van de overtreding, dat hij het beheersdoel niet had geschaad, en dat hij zich niet bewust was van de overtreding. De rechtbank verwierp deze argumenten en oordeelde dat de sanctie proportioneel was en dat eiser zelf had gekozen voor het beheerspakket met de langste rustperiode.
De rechtbank achtte het advies van de controleur om een lagere korting toe te passen niet bindend en vond dat verweerder redelijkerwijs van dit advies kon afwijken. De rechtbank sprak geen proceskosten toe en gaf aan dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 10 september 2007 is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 31 maart 2008 is ongegrond verklaard.