ECLI:NL:RBARN:2009:BJ8082
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident rechtbank Arnhem inzake Dennenbos en andere gedaagden
In deze zaak stond een bevoegdheidsincident centraal waarbij Dennenbos O.G. Beheer B.V. en andere gedaagden stelden dat de rechtbank Arnhem niet bevoegd was om kennis te nemen van de vorderingen. Dennenbos betoogde primair dat de Belgische rechter bevoegd was voor de vorderingen jegens de andere gedaagden en dat er geen nauwe band bestond tussen deze en de vordering jegens Dennenbos. Subsidiair werd aangevoerd dat de rechtbank Breda bevoegd zou zijn in plaats van Arnhem, omdat de vorderingen betrekking hadden op een periode vóór het openen van het kantoor in Kerkdriel.
De rechtbank overwoog dat volgens artikel 2 van Pro de EEX-Verordening de Nederlandse rechter bevoegd is voor de vordering jegens Dennenbos, aangezien deze haar woonplaats in Nederland heeft. Op grond van artikel 6 EEX Pro-Verordening is de Nederlandse rechter ook bevoegd voor de andere gedaagden vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen, die hetzelfde feitencomplex en rechtsgrondslag delen. Daarnaast werd vastgesteld dat Dennenbos kantoor houdt in Kerkdriel, wat binnen het arrondissement Arnhem valt, en dat dit kantoor mede als woonplaats geldt volgens artikel 1:14 BW Pro.
De rechtbank verwierp de stellingen van Dennenbos c.s. en wees het gevorderde in het incident af. De zaak zal op 14 oktober 2009 worden voortgezet voor de conclusie van antwoord. De beslissing over de kosten van het incident werd aangehouden tot de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De rechtbank Arnhem verklaart zich bevoegd en wijst het gevorderde in het bevoegdheidsincident af.