ECLI:NL:RBARN:2009:BJ8097
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. van Driel van Wageningen
- Rechtspraak.nl
Geschil over hinder door bomen en eigendom pad tussen tuinen
Eiser klaagt over ernstige hinder door acht grote bomen op het perceel van gedaagde, waaronder overlast door vallende naalden, lichtontneming en gevaar voor omvallen. Hij vordert verwijdering of verkorting van de bomen en maatregelen tegen de hinder. Gedaagde vordert in reconventie verwijdering van een heg en muren die volgens haar op haar terrein staan.
Gedaagde beroept zich op verjaring van de rechtsvordering tot opheffing van de onrechtmatige toestand, maar de rechtbank oordeelt dat de toestand na 1985 is blijven ontwikkelen, zodat verjaring niet is ingetreden. Ter plaatse is vastgesteld dat het pad tussen de tuinen op het perceel van eiser ligt, waardoor de heg en muren op eigen terrein staan. De hinder door de bomen is niet zodanig dat eiser deze niet hoeft te dulden, mede omdat de bomen er al stonden toen eiser het perceel kocht.
De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de kosten. Ook worden de vorderingen van gedaagde tot verwijdering van heg en muren afgewezen en wordt zij veroordeeld in de kosten van de procedure in reconventie. Beide veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser en gedaagde af en veroordeelt beide in de proceskosten.