ECLI:NL:RBARN:2009:BJ9358
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens beëindiging R&D-afdeling met verhoogde ontbindingsvergoeding
Henogen, een Belgisch biotechbedrijf, besloot in 2009 de R&D-afdeling te sluiten, waarbij de werknemer, tevens bestuurder van een dochtervennootschap, zijn werkzaamheden moest staken. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden wegens gewichtige redenen. Henogen stelde dat het besluit vooral financieel was ingegeven en gericht op het aantrekkelijker maken van de organisatie voor overname.
De werknemer voerde verweer en betoogde dat Henogen niet als goed werkgever had gehandeld, met name omdat zij de intellectuele eigendomsrechten en onderzoeksresultaten niet aan hem had teruggegeven, waardoor hij het project niet kon voortzetten. De kantonrechter oordeelde dat hoewel Henogen beleidsvrijheid heeft om een afdeling te sluiten, zij wel als goed werkgever moet handelen. Het niet teruggeven van rechten en het niet faciliteren van voortzetting van het project was onrechtmatig.
Daarom werd de ontbindingsvergoeding verhoogd naar een C-factor van 2. De vergoeding werd berekend op basis van de kantonrechtersformule, waarbij een ongebruikelijke opzegtermijn van zes maanden werd meegewogen. Henogen kreeg de gelegenheid het verzoek in te trekken, bij niet-intrekking werd de arbeidsovereenkomst ontbonden en werd de vergoeding toegekend.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met een ontbindingsvergoeding van € 91.567,80 bruto wegens onvoldoende goed werkgeverschap.