ECLI:NL:RBARN:2009:BK0421
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vaststelling omgangsregeling donor met minderjarige na adoptie
De minderjarige is geboren uit een zwangerschap met donorzaad van de verzoeker, die biologisch vader is. De minderjarige woont bij de moeder en de belanghebbende, die de minderjarige in 2003 heeft geadopteerd. De verzoeker vraagt primair om een omgangsregeling en subsidiair om een informatieplicht voor de moeder.
De moeder en belanghebbende stellen zich primair op het standpunt dat de verzoeker niet-ontvankelijk is en subsidiair dat het verzoek moet worden afgewezen. De rechtbank toetst ontvankelijkheid aan de hand van vaste jurisprudentie en het vereiste van een nauwe persoonlijke betrekking (family life) tussen verzoeker en kind.
De rechtbank concludeert dat de verzoeker naast het biologisch vaderschap voldoende omstandigheden heeft gesteld die een nauwe persoonlijke betrekking aantonen, zoals het contact voor en na de geboorte, aanwezigheid bij de geboorte, bezoeken aan de minderjarige en de intentie van partijen dat verzoeker een rol in het leven van de minderjarige zou hebben.
De rechtbank acht de zaak complex vanwege verschillende verwachtingen over de rol van verzoeker en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van omgang. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verzoekt partijen en de Raad om schriftelijk verslag uit te brengen over de stand van zaken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de donor ontvankelijk in zijn verzoek tot omgang en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek naar de omgangsmogelijkheden in te stellen.