ECLI:NL:RBARN:2009:BK1201
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing van dwangsom wegens niet-nakoming aandeel in onroerende zaak
Eiser en gedaagden zijn gezamenlijk eigenaar van een onroerende zaak en er bestaat een gemeenschap tussen hen. Bij vonnis van 8 oktober 2008 werd eiser veroordeeld tot betaling van zijn aandeel in de kosten van verwerving van de bovenwoning en tot medewerking aan het opmaken van de akte van levering, onder dreiging van een dwangsom bij niet-nakoming.
Eiser heeft niet voldaan aan zijn verplichtingen, waaronder het niet betalen van het aandeel en het niet doen opheffen van de op zijn aandeel rustende beslagen. Hierdoor zijn dwangsommen verbeurd tot een maximum van €50.000. Eiser vordert opheffing of vermindering van deze dwangsom, stellende dat hij financieel niet in staat is aan de hoofdveroordeling te voldoen en dat de dwangsom zijn doel mist.
Gedaagden verweren zich met het standpunt dat er geen sprake is van onmogelijkheid en dat eiser onvoldoende heeft geprobeerd de beslagen op te heffen. De rechtbank overweegt dat de dwangsom alleen zinvol is als nakoming redelijkerwijs mogelijk is. Hoewel eiser een klein inkomen heeft en bezig is met schuldhulpverlening, heeft hij onvoldoende aangetoond dat de waarde van zijn aandeel hoger is dan de schuld aan de gemeenschap.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft geprobeerd de beslagen op te heffen en dat zijn vordering tot opheffing van de dwangsom daarom moet worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot opheffing van de dwangsom af en veroordeelt eiser in de proceskosten.