ECLI:NL:RBARN:2009:BK1312
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Klein Egelink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Eiser ontving bijstand vanaf 10 mei 2004 als alleenstaande. Verweerder stelde dat eiser vanaf 10 mei 2004 tot 30 september 2008 een gezamenlijke huishouding voerde met zijn partner, wat het recht op bijstand zou uitsluiten. Na onderzoek en diverse verklaringen handhaafde verweerder het besluit tot intrekking van bijstand per 30 september 2008 en over de periode vanaf 10 mei 2004.
De rechtbank oordeelde dat voor de periode van 1 april 2006 tot 30 september 2008 voldoende feitelijke grondslag bestond voor een gezamenlijke huishouding, mede vanwege gezamenlijk verblijf op een camping, financiële verstrengeling en huishoudelijke taken. Voor de periode van 10 mei 2004 tot 1 april 2006 ontbrak echter voldoende bewijs, mede door tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van controleerbare getuigenverklaringen.
Gelet hierop vernietigde de rechtbank het besluit voor de periode 10 mei 2004 tot 1 april 2006 en herroept het primaire besluit voor die periode. De intrekking van bijstand vanaf 1 april 2006 blijft gehandhaafd. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd voor de periode 10 mei 2004 tot 1 april 2006 en gehandhaafd vanaf 1 april 2006.