ECLI:NL:RBARN:2009:BK1778
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen over vergoeding na ontbinding overeenkomst tussen ex-partners
De rechtbank Arnhem behandelde een civiele zaak tussen twee voormalige partners over een vergoeding na ontbinding van een overeenkomst uit 2005. De eiser vorderde nakoming van een vermeende eenzijdige rechtshandeling en een schadevergoeding, maar de rechtbank oordeelde dat de verklaring van 1 december 2005 als een overeenkomst moet worden gezien en geen eenzijdige rechtshandeling.
De rechtbank stelde vast dat de eiser de overeenkomst had ontbonden, waardoor nakoming niet mogelijk was. Daarnaast was onvoldoende geconcretiseerd wat de schade van de eiser precies was, zodat ook de schadevergoeding werd afgewezen. De wederpartij stelde dat het algemeen vermogensrecht van toepassing was, maar de rechtbank volgde dit niet en hield vast aan een benadering vanuit het huwelijksvermogensrecht.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende bewijs was geleverd voor verrijking van de eiser ten koste van de wederpartij en dat er geen redelijke grond ontbrak voor de vermeende verrijking. Beide vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van beide partijen af wegens onvoldoende onderbouwing en onjuiste kwalificatie van de overeenkomst.