ECLI:NL:RBARN:2009:BK1878
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Aanbestedingsgeschil over gelijkwaardigheid en besteksconformiteit van beluchtingsinstallaties bij RWZI Geldermalsen
Waterschap Rivierenland schreef een Europese aanbesteding uit voor werktuigbouwkundige werken bij RWZI Geldermalsen, waarbij de laagste prijs als gunningscriterium gold. Aan de Stegge, Heijmans en Cofely dienden tijdig inschrijvingen in voor perceel 2, waarbij Heijmans de laagste prijs bood. Aan de Stegge stelde dat de inschrijving van Heijmans niet-besteksconform was vanwege afwijkingen in het maximale luchtdebiet en de gelijkwaardigheid van de aangeboden Supratec plaatbeluchters ten opzichte van de voorgeschreven Messner plaatbeluchters.
De voorzieningenrechter oordeelde dat zowel Aan de Stegge als Heijmans zich niet aan de exacte zuurstofoverdrachtwaarde hadden gehouden, maar dat dit een kenbare fout in het bestek betrof die geen ongeldig aanbod opleverde. Voorts werd vastgesteld dat Heijmans met plaatbeluchters had ingeschreven en dat de gelijkwaardigheid van de Supratec plaatbeluchter niet zonder nader onderzoek kon worden vastgesteld. Gezien de aard van het kort geding en de noodzaak tot voortvarendheid in aanbestedingen werd een deskundigenbericht niet toegestaan.
De rechter concludeerde dat Aan de Stegge onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de inschrijving van Heijmans niet-besteksconform was. De voorlopige gunningsbeslissing van Waterschap Rivierenland was redelijk en de vorderingen van Aan de Stegge werden afgewezen. Cofely, die als tweede was geëindigd en wier inschrijving ongeldig was verklaard, had geen belang bij haar vorderingen en deze werden eveneens afgewezen. Proceskosten werden Aan de Stegge opgelegd.
Uitkomst: De vorderingen van Aan de Stegge worden afgewezen en de voorlopige gunning aan Heijmans bevestigd.