ECLI:NL:RBARN:2009:BK2684
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering bestuurdersaansprakelijkheid wegens ontbreken deugdelijke grondslag
Eiser was jarenlang bedrijfsleider bij een manegebedrijf dat in verschillende BV's was ondergebracht. Na een conflict werd hij op staande voet ontslagen, waarna hij loonvorderingen en een ontbindingsvergoeding vorderde. De aandelen van de exploitatiemaatschappij werden overgenomen door Haterse Hei, die vanaf juli 2003 bestuurder werd.
Eiser stelde bestuurdersaansprakelijkheid vast op grond van selectieve betalingen, schending van boekhoud- en publicatieplicht, het in stand houden van de arbeidsovereenkomst terwijl de vennootschap niet kon betalen, en het niet nakomen van verplichtingen. De rechtbank oordeelde dat Haterse Hei pas bestuurder werd nadat het arbeidsconflict was geëscaleerd en dat er geen ernstig persoonlijk verwijt kon worden gemaakt.
De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor selectieve betalingen en concludeerde dat de vennootschap al voor de overname financieel zwak was. Ook werd onvoldoende causaal verband gelegd tussen schade van eiser en het ontbreken van jaarrekeningen. De vorderingen werden daarom afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van Haterse Hei c.s.
Uitkomst: De vorderingen van eiser wegens bestuurdersaansprakelijkheid worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.