ECLI:NL:RBARN:2009:BK3219
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning bij tijdelijke huurovereenkomst zonder huurbescherming
Eiseres verhuurde een woning voor een beperkte duur van 12 maanden en elf dagen met de expliciete bepaling dat het gebruik van de woning naar haar aard slechts van korte duur was, waardoor de huurbeschermingsbepalingen niet van toepassing zouden zijn. Gedurende de huurperiode werd de woning te koop aangeboden en was het de bedoeling dat de huurder de woning zou ontruimen zodra de verhuurder definitief zou beslissen over haar woonplaats.
De huurder beriep zich op de huurbeschermingsregels van boek 7, afdeling 5 BW en stelde dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig was als tijdelijke huurovereenkomst. Hij verwees naar jurisprudentie en stelde dat het tijdelijke karakter niet uit de fysieke kenmerken van het gehuurde bleek. Tevens stelde hij dat zijn gewijzigde gezinssituatie een andere belangenafweging rechtvaardigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de duidelijke afspraken en de effectuering daarvan door partijen doorslaggevend waren en dat de huurovereenkomst inderdaad een gebruik van woonruimte betrof dat naar haar aard slechts van korte duur was in de zin van artikel 7:232 lid 2 BW Pro. Hierdoor waren de huurbeschermingsbepalingen niet van toepassing en was de opzegging per 1 december 2009 geldig.
De huurder werd veroordeeld om de woning uiterlijk per 1 december 2009 te ontruimen, met een dwangsom van € 200 per dag bij niet-naleving tot een maximum van € 50.000. Tevens werd hij veroordeeld tot betaling van een gebruiksvergoeding na 1 december 2009 en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot ontruiming van de woning per 1 december 2009 met een dwangsom bij niet-naleving.