ECLI:NL:RBARN:2009:BK3301
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Geen ontruimingsbescherming voor onderhuurders bij schijnhuurovereenkomst hoofdverhuurder-hoofdhuurder
Het samenwerkingsverband had een huurovereenkomst met Fruitkoeling Zetten, die met wederzijds goedvinden werd beëindigd per 31 augustus 2009. Fruitkoeling Zetten verhuurde vervolgens bedrijfsruimten onder aan [persoon A] en [persoon B]. Het samenwerkingsverband vorderde ontruiming van het gehuurde wegens vermeend onrechtmatig gebruik door de onderhuurders na beëindiging.
De kantonrechter stelde vast dat de huurovereenkomst tussen het samenwerkingsverband en Fruitkoeling Zetten feitelijk een lastgeving was, bedoeld om te voorkomen dat een huurrelatie tussen het samenwerkingsverband en de onderhuurders zou ontstaan. Hierdoor genieten de onderhuurders geen ontruimingsbescherming op grond van art. 7:230a BW.
De beëindigingsovereenkomst tussen het samenwerkingsverband en Fruitkoeling Zetten kan daarom niet tegen de onderhuurders worden ingeroepen. De vordering tot ontruiming werd afgewezen en het samenwerkingsverband werd veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter ging ervan uit dat in een bodemprocedure mogelijk een uitzondering zal worden gemaakt, maar voorlopig is geen ontruimingsbescherming van toepassing.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de onderhuurders wordt afgewezen omdat geen directe huurovereenkomst met het samenwerkingsverband bestaat en zij geen ontruimingsbescherming genieten.