ECLI:NL:RBARN:2009:BK4133
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over schending garanties en deskundigenonderzoek in koopovereenkomst tussen Pinlinq en CCV
De rechtbank Arnhem behandelt een civiel geschil tussen Pinlinq B.V. en CCV International B.V. over vermeende schending van garanties in een koopovereenkomst. CCV stelt dat Pinlinq, via haar voormalige dochteronderneming EFT, omruilafspraken met dealers heeft gemaakt die niet correct zijn verwerkt in de financiële administratie en niet aan CCV zijn gemeld voorafgaand aan de koop.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen van CCV niet eenvoudig vast te stellen zijn en acht een deskundigenonderzoek door een registeraccountant noodzakelijk. Deze deskundige moet onder meer de omvang en verwerking van de omruiltransacties verifiëren en beoordelen of er sprake is van schade voor EFT. Nadere eisvermeerdering wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.
Verder wordt vastgesteld dat twee varianten van omruilacties hebben plaatsgevonden, waarvan de tweede variant aanvankelijk door Pinlinq werd betwist maar door de rechtbank als voldoende onderbouwd wordt aangenomen. De rechtbank wijst de vordering van CCV op vergoeding van advocaatkosten af wegens het vervallen van een schikkingsonderhandeling.
De procedure wordt aangehouden voor nadere uitlatingen over het deskundigenrapport en de benoeming van de deskundige. De kosten van het deskundigenonderzoek komen voor rekening van CCV. De rechtbank acht dat CCV met voldoende voortvarendheid heeft gehandeld en dat een bedrag van €40.463,- plus wettelijke rente voor toewijzing gereed ligt.
De zaak wordt op 9 december 2009 opnieuw op de rol geplaatst voor verdere procedurele stappen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt een deskundigenonderzoek en wijst nadere eisvermeerdering af; verdere beslissingen worden aangehouden.