ECLI:NL:RBARN:2009:BK6628
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beslissing over proceskosten na schikking in kort geding over beslag op handelsvoorraad paarden
In deze zaak vorderden eisers de opheffing van het door gedaagde gelegde beslag op een aantal paarden die deel uitmaken van de handelsvoorraad van hun manege- en paardenhandelsonderneming. De onderneming werd voorheen gezamenlijk gevoerd in de vorm van een commanditaire vennootschap.
Tijdens de mondelinge behandeling bereikten partijen een schikking over de inhoudelijke geschilpunten, waarna eisers hun vordering introkken, behoudens het geschil over de proceskosten. De schikking betrof slechts drie van de zeven paarden waarop beslag was gelegd, waardoor eisers op dit punt grotendeels in het ongelijk werden gesteld.
De advocaat van eisers had eerder verzocht om medewerking van gedaagde aan een praktische oplossing om de veiling van de drie paarden te laten doorgaan. Gedaagde reageerde pas tijdens de zitting positief hierop. Gezien deze omstandigheden besloot de voorzieningenrechter de proceskosten tussen partijen te compenseren, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt na een schikking over het beslag op paarden.