ECLI:NL:RBARN:2009:BK7088

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
3 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/1573
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Wet LBArt. 11 Wet LBArt. 13 Wet LBArt. 15 Wet LBArt. 17 Wet LB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Naheffingsaanslag loonbelasting wegens lidmaatschap golfvereniging niet onterecht

De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van eiseres tegen een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) over de jaren 2002 en 2003, opgelegd door de Belastingdienst. De aanslag betrof kosten van het lidmaatschap van een golfvereniging voor de directeur-grootaandeelhouder [A] en zijn echtgenote.

De rechtbank stelt vast dat de beoefening van de golfsport in het algemeen tot de privésfeer behoort en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kostenobjectief bijdragen aan een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Ook het meerkostencriterium, dat vereist dat de kosten hoger zijn dan die van een vergelijkbare belastingplichtige zonder dienstbetrekking, is niet voldaan.

Eiseres voerde aan dat het lidmaatschap in het kader van relatiebemiddeling was aangegaan en dat het persoonlijke element niet overheerst, maar dit is niet bewezen. De rechtbank bevestigt dat de lidmaatschapskosten als loon moeten worden aangemerkt en dat de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door drie rechters en is openbaar uitgesproken op 3 november 2009.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting over 2002 en 2003.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer
registratienummer: AWB 08/1573
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van 3 november 2009
inzake
[A] BV, gevestigd te [Z], eiseres,
tegen
de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
Verweerder heeft aan eiseres over het tijdvak 1 januari 2002 tot en met 31 december 2003 een naheffingsaanslag [aanslagnummer] Loonbelasting /premie volksverzekeringen (hierna: LB/PVV) opgelegd van € 7.245.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 12 maart 2008 de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Eiseres heeft daartegen bij brief van 25 maart 2008, ontvangen bij de rechtbank op 26 maart 2008, beroep ingesteld.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft vóór de zitting een pleitnota ingediend. Deze pleitnota is in afschrift verstrekt aan verweerder.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2009 te Arnhem.
Eiseres is daar vertegenwoordigd do[A] en [B]. Namens verweerder is verschenen [C].
Verweerder heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan eiseres en de rechtbank.
2. Feiten
Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast.
Eiseres is opgericht op 1 mei 1992. Zij houdt zich bezig met de exploitatie van onroerende zaken. De (certificaten van) aandelen zijn geheel in handen van [A] (hierna: [A]), tevens enig werknemer van eiseres. Eiseres heeft in 2002 en 2003 uitgaven gedaan ter zake van het lidmaatschap van een golfvereniging voor [A] en zijn echtgenote.
Op 23 november 2006 heeft verweerder een boekenonderzoek aangekondigd over de jaren 2001 tot en met 2005. De bevindingen zijn vastgelegd in een rapport van 18 april 2007.
In het rapport is onder meer het volgende opgenomen:
“4 Loonbelasting
4.1 Kostenvergoedingen en verstrekkingen
4.1.1 Lidmaatschap golfvereniging werknemers
In 2002 en 2003 zijn facturen betaald betreffende het lidmaatschap aangegaan door de directeur-grootaandeelhouder [A] en zijn partner met Golfclub [Q] ten bedrage van:
2002: € 4.266
2003: € 2.424
Vanaf het jaar 2004 worden deze kosten in privé gehouden.
De Belastingdienst is van mening dat contributies e.d., welke een inhoudingsplichtige betaald voor haar werknemers, voor de uitoefening van de golfsport als loon aangemerkt moeten worden. Dit standpunt is bevestigd door een uitspraak van het Hof Amsterdam van 29 april 2004 2002/06357). In deze uitspraak heeft dit Hof specifiek geoordeeld dat de kosten voor de golfsport (…) net als overige beoefening van sport en lidmaatschap van een sportvereniging in het algemeen in de privé-sfeer thuis hoort.
Uit deze uitspraak moet daarom de conclusie worden getrokken dat tenminste de gemaakte kosten voor bovengenoemde onderdelen voor een sporter als privé-bestedingen aangemerkt moeten worden en dat een kostenvergoeding welke hiervoor aan een werknemer is betaald (of betaling van deze kosten door de werkgever) als loon moet worden aangemerkt.”
De naheffingsaanslag LB/PVV is opgelegd tot een bedrag van € 7.245. Dit bedrag is als volgt samengesteld:
2002: € 4.266 * 108,3% = € 4.620
2003: € 2.424 * 108,3% = € 2.625
3. Geschil
In geschil is het antwoord op de vraag of de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Meer in het bijzonder houdt partijen verdeeld of [A] een voordeel uit dienstbetrekking heeft genoten ten aanzien van het lidmaatschap van hem en zijn echtgenote van de Golfclub [Q].
Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.
4. Beoordeling van het geschil
Op grond van artikel 10 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB) is loon al hetgeen wordt genoten uit een dienstbetrekking.
Niet in geld genoten loon (loon in natura) wordt ingevolge artikel 13 Wet Pro LB in aanmerking genomen naar de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend, met dien verstande dat voorzover de verwerving van het loon het gebruik of verbruik daarvan meebrengt, de waarde wordt gesteld op ten hoogste het bedrag van de besparing.
In artikel 11 Wet Pro LB is, voorzover hier van belang, bepaald dat niet tot het loon behoren:
a. vergoedingen die naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren (de vrije vergoedingen);
b. verstrekkingen die naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren (vrije verstrekkingen).
Vrije vergoedingen zijn (zie artikel 15 Wet Pro LB):
a. vergoedingen voorzover zij geacht kunnen worden te strekken tot bestrijding van kosten, lasten en afschrijvingen ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking;
b. andere vergoedingen voorzover zij naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als een beloningsvoordeel worden ervaren.
Vrije verstrekkingen zijn (zie artikel 17 Wet Pro LB):
a. verstrekkingen voorzover zij geacht kunnen worden te strekken tot bestrijding van kosten, lasten en afschrijvingen ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking;
b. andere vergoedingen voorzover zij naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als een beloningsvoordeel worden ervaren.
De rechtbank is van oordeel dat de beoefening van de golfsport in het algemeen behoort tot de privé-sfeer. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan te nemen dat dit hier anders is.
Vaststaat dat zowel [A] als zijn echtgenote in 2002 en 2003 een lidmaatschap hadden bij Golfclub [Q]. Voorts is gebleken dat de kosten van het lidmaatschap vanaf 2004 in privé worden gehouden. De rechtbank is van oordeel dat eiseres haar stelling, dat in dit geval het persoonlijke element niet overheerst omdat het lidmaatschap is aangegaan in het kader van de relatiebemiddeling, niet aannemelijk heeft gemaakt. Van vergoedingen en verstrekkingen ter bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking is dan ook geen sprake.
Indien, in afwijking van hetgeen hiervoor is overwogen, zou moeten worden geoordeeld dat de kosten objectief gesproken kunnen bijdragen aan een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking van [A], zijn deze kosten slechts gemaakt ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking voor zover zij meer bedragen dan de uitgaven die een belastingplichtige zou doen die niet een dienstbetrekking als die van [A] vervult, maar wat inkomen, vermogen en gezin betreft in dezelfde omstandigheden verkeert (Hoge Raad, 30 november 1977, BNB 1978/7). Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres, mede gelet op hetgeen verweerder met betrekking tot het inkomen van [A] heeft opgemerkt, niet aannemelijk gemaakt dat aan dit criterium wordt voldaan.
Voor zover eiseres nog heeft willen stellen dat sprake is van vrije vergoedingen en verstrekkingen omdat deze naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren, heeft zij deze stelling niet aannemelijk gemaakt.
Tussen partijen is niet in geding dat eiseres inhoudingsplichtige is. Ook is de waarde in het economische verkeer van de in de heffing van LB/PVV betrokken lidmaatschapskosten en overige kosten niet in geding. De naheffingsaanslag is dan ook terecht en tot het juiste bedrag aan eiseres opgelegd.
Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
5. Proceskosten
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
6. Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr.drs. L.B.M. Klein Tank, voorzitter, mr. M.C.G.J. van Well en mr. C.W.J. Lorenzo van Rooij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L. van Benthem, griffier.
De griffier, De voorzitter,
Uitgesproken in het openbaar op: 3 november 2009
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.