ECLI:NL:RBARN:2009:BK7199
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.P.M. Kester-Bik
- P.J. van den Broeke
- G.M.L. Tomassen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling belastingfraude en valsheid in geschrift door onjuiste datum overdracht effectenportefeuille
Verdachte, directeur en enig aandeelhouder van een holding, droeg in 2001 zijn privé effectenportefeuille over aan een dochteronderneming. Er bestond discussie over de datum van overdracht: verdachte stelde 12 maart 2001, het Openbaar Ministerie 5 juli 2001. De rechtbank oordeelde dat de overdracht niet op 12 maart 2001 had plaatsgevonden, wat van belang was voor de belastingheffing en de vraag of sprake was van fraude.
De rechtbank baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen, notities van besprekingen met banken en accountants, en correspondentie. De verdediging stelde dat op 12 maart 2001 economische eigendom was overgedragen, maar de rechtbank vond onvoldoende objectief bewijs daarvoor en concludeerde dat de overdracht pas op 5 juli 2001 had plaatsgevonden.
Verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk onjuist en onvolledig doen van belastingaangiften en het valselijk opmaken van een geconsolideerde jaarrekening, met een strafrechtelijk nadeel van ruim €1,8 miljoen. Gelet op de ernst van de feiten en het grote benadelingsbedrag legde de rechtbank een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, wegens belastingfraude en valsheid in geschrift.