ECLI:NL:RBARN:2009:BK7909
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen verstekbeschikking echtscheiding wegens onjuist rechtsmiddel
In deze zaak vordert eiser ontheffing van de veroordeling bij verstek in een echtscheidingsprocedure waarin hij niet is verschenen en geen verweer heeft gevoerd. Eiser stelt dat hij in verzet komt tegen de verstekbeschikking. De rechtbank oordeelt dat tegen een verstekbeschikking geen verzet mogelijk is, maar slechts hoger beroep, conform artikel 820 Rv Pro.
Hoger beroep had bij het gerechtshof Arnhem moeten worden ingesteld en bovendien bij verzoekschrift, niet bij dagvaarding. Hoewel artikel 69 Rv Pro herstel van het verkeerde procesmiddel mogelijk maakt en artikel 73 Rv Pro verwijzing naar de bevoegde rechter toestaat, bestaat er geen rechtsregel die het mogelijk maakt het ingediende verzet te converteren in het niet ingestelde hoger beroep.
De rechtbank verklaart eiser niet ontvankelijk in het ingestelde verzet en veroordeelt hem in de proceskosten, begroot op € 452,- voor salaris advocaat aan de zijde van gedaagde. De rechtbank is niet onbevoegd; het geschil betreft een procedurele fout van eiser.
Uitkomst: Eiser wordt niet ontvankelijk verklaard in het verzet tegen de verstekbeschikking en veroordeeld in de proceskosten.