ECLI:NL:RBARN:2009:BK9636
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak minderjarige verdachte wegens schending pressieverbod en onrechtmatige afstand van consultatierecht
Een minderjarige verdachte werd verdacht van diefstal van twee flessen drank. Tijdens het politieverhoor tekende hij een afstandsverklaring van zijn recht op consultatie van een advocaat, maar dit gebeurde onder omstandigheden die niet duidelijk maakten dat hij de consequenties begreep. De politie informeerde hem niet expliciet over het recht op aanwezigheid van een raadsman tijdens het verhoor, zoals vereist volgens jurisprudentie van het EHRM en de Hoge Raad.
De raadsman voerde aan dat de verklaringen van de minderjarige niet als bewijs mochten dienen vanwege schending van het pressieverbod en het ontbreken van ondubbelzinnige afstand van het consultatierecht. De kinderrechter oordeelde dat rekening moest worden gehouden met de leeftijd en intellectuele ontwikkeling van de minderjarige en dat het formulier onvoldoende duidelijkheid bood over de betekenis van afstand doen van het recht op advocaat.
Gezien het feit dat de verdachte zich ter zitting op zijn zwijgrecht heeft beroepen en dat de verklaring onder druk en zonder juiste voorlichting is afgelegd, sloot de kinderrechter de bekennende verklaring uit als bewijs. Op basis van de overige stukken was het niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde had begaan, waardoor hij werd vrijgesproken.
Daarnaast wees de kinderrechter een vordering tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke werkstraf af, omdat de feitelijke grondslag daarvoor niet juist was. De uitspraak werd gedaan in een openbare terechtzitting op 19 november 2009 door de kinderrechter van de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens schending van het pressieverbod en onrechtmatige afstand van het recht op advocaat.