ECLI:NL:RBARN:2009:BK9791
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorschot schadevergoeding wegens non-conformiteit windturbine
Op 13 september 2002 sloten partijen een overeenkomst voor de levering van een windturbine met garantievoorwaarden. In mei 2008 werd schade aan een tandwiel in de tandwielkast geconstateerd en hersteld. In mei 2009 en oktober 2009 ontstond opnieuw schade aan dezelfde tand, waarna Vestas stelde dat de garantie was verlopen en zij niet aansprakelijk was.
Eiser vorderde een voorschot op schadevergoeding voor vervanging van de tandwielkast en stilstandverlies. Vestas beriep zich op het arbitragebeding en onbevoegdheid van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter oordeelde echter bevoegd te zijn op grond van artikel 1022 lid 2 juncto Pro 1051 lid 2 Rv, omdat een arbitrageprocedure te lang zou duren.
Inhoudelijk was onvoldoende aannemelijk dat de schade onder de garantieverplichtingen viel of dat de vordering in arbitrage zonder meer zou worden toegewezen. Ook de vraag of de windturbine non-conform was kon in kort geding niet worden beantwoord. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en bevoegdheidskwesties.