ECLI:NL:RBARN:2009:BL0524
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Rabobank mag bankrelaties beëindigen wegens betrokkenheid bij strafrechtelijke veroordeling
Eisers, bestaande uit een besloten vennootschap en een natuurlijk persoon, hadden betaalrekeningen bij Rabobank die de bank opzegde wegens hun betrokkenheid bij de 'Mercurius drugszaak'. Eisers waren strafrechtelijk veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift en witwassen. Rabobank beriep zich op haar algemene voorwaarden en haar verplichtingen onder de Wet op het Financieel Toezicht om integriteit en reputatie te beschermen.
Eisers vorderden in kort geding dat Rabobank de bankrelaties zou continueren, stellende dat de opzeggingsgrond feitelijk onjuist was en dat de bank geen concrete risicoanalyse had gemaakt. De rechtbank stelde vast dat eisers wel degelijk in verband worden gebracht met de drugszaak en dat de strafrechtelijke veroordeling, ook al is deze niet onherroepelijk, voldoende grond is voor Rabobank om de relatie te beëindigen.
De rechtbank overwoog dat het integriteits- en reputatierisico voor Rabobank door het aanhouden van de rekeningen aannemelijk is. Ook de nauwe verwevenheid tussen de natuurlijke persoon en zijn holding maakt dat beide rekeningen risico's vormen. De stelling van eisers dat de jurisprudentie over coffeeshops en seksshops van toepassing is, werd verworpen omdat hier sprake is van strafbare feiten met veroordeling.
Verder oordeelde de rechtbank dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij door de opzeggingen niet meer kunnen deelnemen aan het normale betalingsverkeer, mede omdat zij rekeningen bij een andere bank hebben. De opzegtermijn van Rabobank was redelijk en de vorderingen van eisers werden afgewezen. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt dat Rabobank de bankrelaties mag beëindigen vanwege het integriteitsrisico.