ECLI:NL:RBARN:2009:BL1667
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Klein Egelink
- C. van Linschoten
- J.A. van Schagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vergunningverlening en coördinatieplicht onder Wwh en Wm
De zaak betreft beroepen tegen twee besluiten van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat inzake vergunningverlening aan Biox Group B.V. voor het lozen van afvalwater op grond van de Wet op de waterhuishouding (Wwh).
Het eerste besluit verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, het tweede besluit verklaarde het bezwaar ontvankelijk maar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een procesbelang en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
De rechtbank stelde vast dat de IPPC-richtlijn correct is geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm) en dat een rechtstreeks beroep op deze richtlijn in het kader van de Wwh niet mogelijk is. Tevens concludeerde de rechtbank dat er geen wettelijke verplichting bestaat tot een gecoördineerde behandeling van vergunningaanvragen onder de Wwh, Wm en Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo).
Verder oordeelde de rechtbank dat het bestreden besluit correct bekend is gemaakt en dat de vergunningvoorwaarden omtrent visintrek voldoende zijn uitgewerkt, waarbij verdere uitwerking via een afzonderlijk goedkeuringsbesluit mogelijk is. De stellingen van eiseres werden niet gevolgd, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.