ECLI:NL:RBARN:2009:BL2392
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid huisbezoek en gezamenlijke huishouding bij AOW-pensioen
Eiseres had een aanvraag ingediend voor een ouderdomspensioen en gaf aan duidelijkheid te willen over het al dan niet voeren van een gezamenlijke huishouding met haar broer op hetzelfde adres. Na een huisbezoek in juni 2007 werd vastgesteld dat geen gezamenlijke huishouding bestond en werd het ouderdomspensioen toegekend volgens de alleenstaande norm.
In 2008 vond een tweede huisbezoek plaats, waarbij eiseres met haar instemming werd gehoord en een checklist ondertekende. Op basis hiervan concludeerde verweerder dat er wel sprake was van een gezamenlijke huishouding, wat leidde tot herziening van het pensioen naar de gehuwde norm. Eiseres betwistte de rechtmatigheid van het huisbezoek vanwege het ontbreken van een schriftelijke aankondiging en de inhoud van het rapport.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs rechtmatig was verkregen omdat eiseres vrijwillig en met geïnformeerde toestemming het huisbezoek had toegestaan. De checklist en het rapport werden als betrouwbaar beschouwd, mede omdat eiseres pas later in de procedure terugkwam op haar verklaring zonder objectieve feiten die twijfel rechtvaardigden.
De rechtbank stelde vast dat aan de criteria voor gezamenlijke huishouding was voldaan, waaronder het delen van woonruimte, sociale activiteiten, en wederzijdse verzorging. De herziening van het pensioen per september 2008 was niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat de situatie sinds het eerste huisbezoek niet was gewijzigd. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van het ouderdomspensioen naar de gehuwde norm wordt gehandhaafd.