ECLI:NL:RBARN:2009:BL3059
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overeenkomst rechtsbijstand met niet-advocaat wegens ontbreken leemte in rechtsbijstandverlening
Eiseres verzocht de Raad voor Rechtsbijstand om een overeenkomst aan te gaan op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb). De Raad weigerde dit omdat er geen sprake is van een leemte in de rechtsbijstandverlening op het door eiseres beoogde rechtsgebied (letselschade) en eiseres niet voldoet aan de kwaliteitseisen en het tuchtrechtelijk regime waaraan advocaten zijn onderworpen.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van de Raad een discretionaire bevoegdheid betreft die terughoudend moet worden getoetst. Gezien de cijfers en het ontbreken van betwisting door eiseres, is er geen kwantitatieve leemte. Ook is er geen kwalitatieve leemte, aangezien advocaten aan de gestelde eisen voldoen en eiseres geen advocaat is.
Eiseres stelde dat de weigering in strijd is met het Europese mededingingsrecht en het gelijkheidsbeginsel, maar de rechtbank volgt dit niet. De verlening van rechtsbijstand is een taak van openbaar gezag zonder economisch karakter, waardoor mededingingsregels niet van toepassing zijn. Bovendien zijn advocaten aan wettelijke eisen en tuchtrecht gebonden, wat eiseres niet is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bekrachtigd. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand tot weigering van een overeenkomst wordt bekrachtigd.