ECLI:NL:RBARN:2009:BL5777
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Soeteman-Oostveen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kinderrechter en plaatsing minderjarigen in netwerkpleeggezin
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht machtigingen tot uithuisplaatsing van drie minderjarigen. De Raad en een pleegzorginstantie stelden dat plaatsing binnen het netwerk niet in het belang van de kinderen was vanwege problematiek en slechte samenwerking met de familie. De ouders en familie wilden juist plaatsing binnen het netwerk.
De kinderrechter stelde vast dat hij bevoegd was om te beslissen over beperking van machtiging tot een bepaald pleeggezin vanwege het geschil over plaatsing binnen de familie. Na beoordeling van netwerkrapporten van pleegzorginstantie Spirit en het dossier concludeerde de kinderrechter dat plaatsing binnen de familie de voorkeur verdient.
Spirit achtte drie familieleden geschikt als netwerkpleegouders onder voorwaarden. Ondanks zorgen over de problematiek en samenwerking, achtte de kinderrechter de familie bereid tot goede samenwerking en begeleiding. De minderjarigen sub 2 en 3 konden verantwoord binnen de familie geplaatst worden, ook al zou een hechtingsproces worden doorbroken.
De kinderrechter verleende machtigingen tot plaatsing in neutraal pleeggezin tot 15 december 2009, met daaropvolgende plaatsing in netwerkpleeggezin tot uiterlijk 16 april 2010, waarbij de minderjarigen conform rapporten bij de genoemde familieleden worden geplaatst. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Machtigingen verleend voor plaatsing van minderjarigen binnen het netwerkpleeggezin conform indicatiebesluiten.