ECLI:NL:RBARN:2010:BL1102
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vervaltermijnen in declaraties huisartsen tegen zorgverzekeraars niet generiek onaanvaardbaar
De Vereniging Gedupeerde Huisartsen (VGH) voerde een collectieve actie tegen 21 zorgverzekeraars vanwege niet volledig afgehandelde declaraties ter waarde van circa 32 miljoen euro. VGH wilde dat zorgverzekeraars hersteldeclaraties van afgekeurde declaraties zouden accepteren, ook als deze na de vervaltermijn werden ingediend.
De rechtbank stelde vast dat er verschillende vervalbedingen met uiteenlopende termijnen in de zorgcontracten zijn opgenomen. VGH stelde dat hersteldeclaraties als tijdig moesten worden beschouwd indien de oorspronkelijke declaratie binnen de termijn was ingediend. De rechtbank verwierp dit standpunt omdat dit de betekenis van vervalbedingen zou ondermijnen en de administratieve lasten voor zorgverzekeraars onaanvaardbaar zou vergroten.
De rechtbank oordeelde dat zorgverzekeraars een redelijk belang hebben bij het hanteren van vervaltermijnen, mede vanwege de omvangrijke administratieve lasten en financiële reserveringen. Het faillissement van LDD, dat declaraties namens huisartsen indiende, werd niet als reden gezien om de vervaltermijnen buiten toepassing te laten.
Ten aanzien van twee concrete gevallen kon de rechtbank in kort geding niet voldoende vaststellen of het beroep op vervaltermijnen onaanvaardbaar was, waardoor ook deze vorderingen werden afgewezen. De rechtbank wees de vorderingen van VGH in zijn geheel af en veroordeelde VGH in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de Vereniging Gedupeerde Huisartsen worden afgewezen; hersteldeclaraties moeten binnen de vervaltermijn worden ingediend.